DAS competentie Zelfsturing

Onderdeel van competenties en van PO2 t/m PO8 cursusboek.

In het kort

Zelfsturing niveau 2

Zelf verantwoordelijkheid nemen voor je ontwikkeling.

 

Ontwikkelen

In vakken en praktijkopdrachten.

 

Aantonen

Jij vertelt erover in je competentieverslagen, wij beoordelen het in je eindgesprekken.  


Voor een deel ontwikkel je deze competentie 'vanzelf' via de praktijkopdrachten, maar er zijn aspecten waar je zelf nog even extra aandacht aan moet geven. We lichten de hele competentie hieronder toe. Je studiestrategie is een item waar je zelf verantwoordelijkheid voor moet nemen (we herinneren je er wel elk semester een keer aan in de studiewijzers) en evalueert in je competentieverslagen. De beroepsmatige en ethische dilemma's zijn zeker een aandachtspunt om zelf te ontwikkelen. 

DAS competentie

De DAS competentie zelfsturing gaat erover dat je zelf verantwoordelijkheid neemt voor je ontwikkeling en je functioneren, zowel in je opleiding als op je werk.

 

Daarvoor moet je enerzijds planmatig werken, je kunt niet evalueren achteraf als je niet van tevoren een plan had. En anderzijds actief feedback vragen en gebruiken om jezelf bij te sturen. Je plant dat zelf in, gevraagd en ongevraagd, en niet alleen van mensen van wie je een goede feedback verwacht, maar ook van 'moeilijke' en kritische mensen. En je verbindt er conclusies aan.

 

De DAS competentie gaat ook over het herkennen van ethische dilemma's. Ethische dilemma's zijn situaties waarin er niet een antwoord is op basis van logica, maar je een keuze maakt op basis van morele aspecten.

 

Beroepsmatige dilemma's hebben te maken met keuzes rondom bv. duurzaamheid, veiligheid en milieu. Maar ook over als jouw bedrijf dierproeven doet, stoffen produceert die aantoonbaar vervelende invloed hebben op mensen, managementbeslissingen baseert op rendement zonder aandacht voor duurzaamheid e.a. 

Ontwikkelen

Je neemt verantwoordelijkheid voor je studie. Daarvoor stel je vooraf een studiestrategie vast (hoe studeer je, wanneer, voor welk doel ga je). Dat doe je voor zowel de vakken als voor de praktijkopdrachten.

 

Na afloop van elke tentamenperiode evalueer je de praktijk van je studiegedrag en je studieresultaten. Je  brengt die met elkaar in verband en doet aanbevelingen voor jezelf voor de komende periode. 

 

Om erachter te komen of je op een goede weg bent en hoe anderen naar je kijken, voer je feedback gesprekken. Je bekijkt hoe je daarmee jezelf kunt verbeteren en verwerkt dat in je ontwikkelplan. Sommige dingen doe je gewoon anders, voor andere moet je je misschien meer in een onderwerp of skills verdiepen of iets trainen. Van de gesprekjes maak je beknopte verslagen. 

 

Voor dit niveau verdiep je je in wat ethische dilemma's zijn. Daarvoor bekijk je o.a. informatie op internet als deze en deze. Je bekijkt op basis waarvan jij daarover een mening hebt, en ontwikkelt die verder.

 

Voor het omgaan met beroepsmatige dilemma's ga je meer vakliteratuur lezen en informaties op internet en praat erover.

 

Je gaat actief ethische en beroepsmatige dilemma's opzoeken op je werk en thuis en ontwikkelt daar een eigen mening over.

Beoordelen

We beoordelen je ontwikkeling van deze competentie met jouw competentieverslagen voor de indicatoren A, B, D en E. 

 

Ook wordt de hele competentie formeel beoordeeld in PO4 en PO8, daarin komt dan ook indicator C aan de orde. 

 

Bekijk de beoordelingsformulieren om te zien waar we je op beoordelen

 

Jij doet verslag van je ontwikkelingen in je competentieverslag, feedback verslagjes voeg je daar bij.