DAS competentie Experimenteren voor CT-ers

In het kort

CT experimenteren

Gaat over procesparameters meten en beïnvloeden. 

 

Ontwikkelen

In PO3, verstevigen in PO7.

 


Het gaat voor een chemisch technoloog bij deze competentie niet om experimenten in een laboratorium, maar om verzamelen en beïnvloeden van procesparameters. Met deze DAS competentie laat je zien dat je in staat bent om daarvoor aantoonbaar betrouwbare en reproduceerbare gegevens te verkrijgen. Je ontwikkelt deze DAS competentie in praktijkopdracht 3 en verstevigt hem in praktijkopdracht 7. Hieronder staat hoe we de vertaalslag van de DAS competentie naar chemisch-technologisch experimenteren hebben gemaakt. 

 

Je ontwikkelt je als HBO-er tot iemand die in staat is om zelfstandig, planmatig, nauwkeurig, veilig en verantwoord te meten en/of bestaande procesgegevens te valideren en om kritisch te kijken naar meetresultaten. Als duale student heb je meestal al behoorlijk wat praktijkervaring op dit gebied, je gaat laten zien dat je, nu je ook HBO kennis en werkhouding eraan kunt toevoegen, de competentie naar HBO niveau 2 kunt tillen.

  

Heb jij geen onderzoeksopdracht waar dit in aan de orde komt? Dan doe je in overleg met je docentbegeleider en bedrijfsbegeleider een aparte, aanvullende opdracht waarmee je aantoont dat je over deze competentie beschikt. Bijvoorbeeld het controleren van jullie gekwantificeerde processchema.

  

Is de uitkomst van onze beoordelingsrubric voldoende, dan mag je door naar de volgende praktijkopdracht. Is hij onvoldoende, dan moet er een gesprek komen met jou en je bedrijfsbegeleider over het op niveau brengen van de uitvoering van je onderzoek. Je moet je dan in elk geval opnieuw inschrijven voor deze praktijkopdracht. 

Voorbereiden

  Indicatoren a, b, c, e

 

●  Je weet waar in het proces je moet zijn om voor jouw experiment zinvolle resultaten te verkrijgen, welke apparatuur je nodig hebt om de gewenste metingen te verrichten en hoe je het proces moet beïnvloeden. 

 

●  Ook weet je welke eisen jullie bedrijf aan dergelijke experimenten stelt en welke voorschriften er daarvoor zijn. 

 

●  Je moet ervoor zorgen dat je experimenten geen nadelige gevolgen hebben voor jullie normale bedrijfsproces enerzijds en het milieu en veiligheid anderzijds.

Plannen

  Indicatoren a, b, d, h

 

●  Je bent in staat om hiervoor een geschikt plan en realistische planning op te stellen waarbij je een representatief aantal kwalitatief goede meetresultaten kunt verzamelen. 

 

●  Als jullie bedrijf bepaalde meet- of experimenteervoorschriften heeft, dan bekijk je die kritisch en doet waar nodig voorstellen om die aan te passen. 

Uitvoeren

  Indicatoren b, c, d, g

 

●  Je bent in staat om planmatig te werken en systematisch en overzichtelijk vast te leggen wat je doet, welke parameters je verandert en wat de uitkomsten zijn. 

 

●  Je zorgt voor de juiste instellingen van de apparatuur en de procesparameters. Als er problemen zijn, dan ben jij de troubleshooter c.q. coördineert dat. 

Evalueren

  Indicatoren f, g, h

 

●  Ook ben je in staat om de uitkomsten statistisch te verwerken, te interpreteren en te voorzien van conclusies en van kritisch commentaar over foutmarges. Dit neem je op in je verslag onder Resultaten.

 

●  Als een voorschrift wat je hebt gebruikt, verbetering behoeft, dan doe je daarvoor een voorstel. 

Je bekijkt waar afwijkingen zaten tussen je planning en de realiteit en becommentarieert die. Dit neem je op in je verslag onder Aanbevelingen.